Gesprek laden…
Veldpost-archief
Veldpost van Otto Dodell — een huisvader aan het front die naar huis schrijft, aan de familie Dodell te Pflugdorf bij Landsberg am Lech.
28 van 28 brieven ontcijferd
In een doos met familiepapieren zijn een kleine veertig brieven, kaarten en enveloppen bewaard gebleven. Bijna allemaal zijn ze geschreven door één man: Otto Dodell. Hij schreef soms "Dodell" of "Dodell", maar het gaat steeds om dezelfde naam. Het meeste stuurde hij aan zijn moeder in Pflugdorf, Kreis Landsberg am Lech, in Opper-Beieren. De eerste brief is van december 1942, de laatste van maart 1945.
Het zijn geen brieven vol heldendaden of frontverslagen. Het zijn korte, vaak haastige briefjes van een jonge soldaat aan zijn familie. Ze beginnen bijna altijd met "Eindelijk kom ik er weer toe je een paar regels te schrijven" en eindigen met een groet en "Auf Wiedersehen!". Daartussen gaat het over pakketten met cake en appels, over geld van de spaarbank, over skischoenen, kledinghangers en sigaretten. Hij vraagt ook steeds hoe het thuis gaat.
Een waarschuwing vooraf. Veel brieven zijn in potlood of in verbleekte inkt geschreven, in lastig Kurrent- of Sütterlinschrift. Grote stukken zijn onleesbaar. Plaatsnamen en data spreken elkaar soms tegen. Waar iets onzeker is, staat dat erbij. Wat hieronder volgt, is het verhaal zoals de brieven het vertellen, en niet meer dan dat.
---
Om Otto te begrijpen, moet je eerst weten naar wie hij schreef. Zijn post ging naar één huis in Pflugdorf. Op sommige kaarten staat "Ringsdorf" of "Pfingdorf", maar dat zijn vermoedelijk verkeerde lezingen van dezelfde plaats.
Vóór de oorlog werkte Otto bij een Meister, een leermeester of werkgever, bij een firma in Hofgeismar bij Kassel. Ook aan hem schreef hij een brief.
---
Het eerste teken van leven is van woensdag 8 december 1942. Otto zit in een trein en schrijft kort: "We zijn nog steeds onderweg. En we rijden nu door Hongarije. In Hongarije is een mooi, warm leven." Waar de reis heen ging en waar hij vandaan kwam, zegt de brief niet.
Twee weken later, op 23 december 1942, schrijft hij vanuit Bad Reichenhall. Het is bijna Kerstmis. Hij heeft zijn moeder 20 mark gestuurd "voor Kerstmis, hopelijk bevalt het je". Voor zichzelf kocht hij skischoenen van 30 mark. Hij rekent ook voor: volgende maand stuurt hij 50 mark naar de spaarkas, er ligt thuis nog 50 mark, dus dan heeft zij 100 mark. Hij wenst haar "een vrolijk kerstfeest en een gezond nieuwjaar" en laat oom en tante groeten.
Bad Reichenhall, bergen, skischoenen: het past bij wat later duidelijker wordt. Otto kwam bij de bergartillerie terecht.
---
In januari en februari 1943 zit Otto in een kazerne in opleiding. Hij schrijft zijn brieven met "O.U." als plaats. Dat is een gangbare militaire afkorting die de standplaats verborgen houdt.
Op 6 januari 1943 bedankt hij voor een pakket. Hij volgt sinds maandag elke dag lesuren, 's ochtends of 's middags, en schrijft dat ze dat "zeer waarschijnlijk een of twee jaar" moeten doen. Wat voor opleiding dat was, blijft onduidelijk. Die zondag staat de beëdiging op het programma. Daarna mogen ze misschien de kazerne uit. Hij oppert dat zijn moeder op 17 januari kan komen, maar hij belooft eerst nog te laten weten of dat doorgaat. En tussendoor vraagt hij: "Wat heeft mijn zwager allemaal nieuws?"
Op 2 februari 1943 regelt hij zo'n bezoek. Hij legt precies uit hoe ze moet lopen: vanaf het Westbahnhof richting de Westendhalle, een half uur te voet, "dan zie je de kazerne al". Bij de wacht moet ze naar hem vragen. Of ze een paar kledinghangers wil meebrengen? En "Vader en Walter Schotthammer, laat weten wanneer je komt." Wie Walter Schotthammer was, zeggen de brieven niet. Het is wel een van de weinige volledige namen van iemand buiten de familie.
Op 4 maart 1943 komt er nog een snelle brief achteraan. De dag ervoor had hij geschreven dat zijn moeder zondag niet hoefde te komen, maar nu krijgen ze toch vrij. Hij komt rond het middaguur naar Rüttenscheid. Ze mag een fles volle melk meenemen, of een fles "Erstbezin" (vermoedelijk wondbenzine), en groene zalf. Het poststempel is Augsburg, het veldpostnummer 07193.
> Onzekerheid: Rüttenscheid is een wijk van Essen, ver van Augsburg en Landsberg. Misschien is de plaatsnaam verkeerd gelezen, of gaat het om een plek in de buurt die we niet kennen. De stad van de kazerne met het Westbahnhof en de Westendhalle staat nergens met zoveel woorden in de brieven.
---
Op 2 mei 1943 meldt Otto dat hij twee dagen inspectie heeft gehad en die ochtend een parademars. "Ben vandaag erg moe." Hij vraagt om sigaretten bij de volgende brief en laat een zekere Loni hartelijk groeten. Wie zij was, weten we niet. Hij ondertekent opvallend met "Vader, Zoon, Otto".
Op 20 mei 1943 schrijft hij vanuit Neuburg an der Donau. Hij heeft 50 RM ontvangen. Zijn moeder mag dat geld van zijn eigen spaarbank halen, "je weet waarom: hier moeten mijn tanden behandeld worden." Daarna volgt een zin die veel vragen oproept: "over 3-4 weken word ik ontslagen." Ze moet alvast zijn burgerpak in orde brengen, wassen en strijken. Ontslag uit de dienst, uit een ziekenhuis, of het einde van een opleiding? De brief zegt het niet.
Dan volgt een kaart met "Rusland, de 26e" als kop en een poststempel van 27 mei 1943. Het handschrift is zo verbleekt dat bijna niets te lezen is, behalve "Lieve moeder" en "het gaat mij nog redelijk goed".
> Onzekerheid: dat Otto op 20 mei in Neuburg zat, op 26 mei aan het oostfront en op 29 mei weer "in verlof" schreef, is nauwelijks mogelijk. Misschien is "Rusland" verkeerd gelezen, of is de kaart van iemand anders. Het kan ook zijn dat de datum niet klopt.
Op 29 mei 1943 stuurt hij een zwaar vervaagde kaart aan zijn zus Ursula. Hij bedankt voor een kersenpakket en verwacht rond 21 juni ontslagen of met verlof gestuurd te worden, "maar het is ook nog niet zeker". De aanhef lijkt "Liebe Wil[ma]", maar dat is waarschijnlijk een verkeerde lezing.
---
In de zomer van 1943 wordt Otto's eenheid voor het eerst duidelijk. Enveloppen en stempels noemen een Gebirgs-Artillerie(-Ersatz)-Regiment 79.
> Onzekerheid: de brief uit Hannover valt midden tussen brieven uit Garmisch. Of Otto werkelijk in Hannover zat, of dat de plaatsnaam verkeerd is gelezen, is niet te zeggen. Of hij in augustus echt naar Frankrijk vertrok, blijkt uit geen enkele latere brief.
Op 28 augustus 1943 klinkt de toon voor het eerst anders. "We zitten sinds gisteren weer op een nieuwe standplaats. Het is hier heel zwaar, er bloeden al veel vingers in de stube, een heel woest leven." Waar die standplaats was, zegt hij niet. Direct daarna gaan zijn gedachten naar huis: hebben ze al gedorst, zijn broers en zussen gezond? Hij vraagt om wat geld, "maar alleen op mijn naam, en alleen een klein bedrag". Ook wil hij weten of zijn moeder nooit een ondersteuningsuitkering krijgt.
---
Op 8 september 1943 is een pakketje met cake en appels aangekomen, "het was nog goed". Het pakketje met tabak heeft hij niet gekregen, "en zal het ook niet meer krijgen". Dan komt een zin die veel zegt: "Schrijf, want ik heb brieven nodig." De envelop is aan vader Wilhelm gericht, met veldpostnummer 30621 B.
Drie dagen later, op 11 september 1943, schrijft Otto aan zijn oude Meister in Hofgeismar. Hij bedankt voor toegestuurd geld. Ze zitten "heel ver" weg. Een deel van de brief is lastig te lezen: de ene lezing plaatst hem aan de Oekraïense grens, een andere dicht bij de Italiaanse grens. Die tweede lezing zou passen bij de Duitse bezetting van Noord-Italië, net na 8 september 1943. Zijn toon is moe en berustend: "het is om gek van te worden waar je bent." Dat hij juist zijn oude baas schrijft, zegt iets over de band tussen die twee.
Op 16 oktober 1943 (plaats vermoedelijk München) vraagt Otto waar zijn briefje uit Garmisch is gebleven. Hij klaagt dat een pakket 10 à 11 mark kost en twijfelt of ze onderweg beschadigd raken. Hij wil nieuws over Xaver en belooft postzegels te sturen. En een beetje verwijtend: "Wat brieven betreft, laten jullie maar weinig van jullie horen." Op de envelop staat Gefreiter Otto Dodell, veldpostnummer 30621 D.
Een brief van eind oktober, misschien uit Wittlich, is bijna helemaal verbleekt. Otto lijkt te klagen dat "de anderen" nog niet geschreven hebben. In begin november 1943 (misschien Neurenberg) vraagt hij bezorgd of zijn pakketjes zijn aangekomen. Hij hoopt "binnenkort weer terug naar huis" te komen.
---
Rond oud en nieuw stuurt Otto twee briefjes in één envelop, gedateerd 30 december 1943 en 1 januari 1944. Ze zijn slecht leesbaar. Er is iets te lezen over een verkoudheid, over contact houden en over de wens elkaar weer te zien. Op de envelop staat een afwijkende rang ("Ofw.?") en een plaatsnaam die op Brandenburg lijkt. Beide lezingen zijn onzeker.
Op 27 januari 1944 is hij overgeplaatst naar Bad Reichenhall, waar hij ruim een jaar eerder zijn skischoenen kocht. "Hier in Reichenhall is het heel mooi." Het lijkt alsof hij er graag terug is.
---
Een week later is hij verder weg. Op donderdag 3 februari 1944 schrijft hij:
> "Wij liggen in Italië, en wel in kazernes; we liggen er al 3 dagen en wachten tot het weer verder gaat, naar verwachting op 5.2.44. We slapen 's nachts in de jas."
Toch gaan zijn gedachten meteen naar huis: "Is iedereen gezond? Wat doet Maria, wat schrijft Berta? Is Vader nog bij je, of is hij weer naar München?" Hij groet grootvader, grootmoeder, broers en zussen en tantes. In de kantlijn schrijft hij iets wat het hart van deze hele verzameling raakt: "Schrijf mij een brief, jouw brieven zijn mij een troost."
Van dezelfde dag is er een bijna gelijke kaart. De ondertekening daarvan leest onzeker als "Adolf". Misschien was dat een broer, maar waarschijnlijker is het Otto zelf en is de naam verkeerd gelezen.
Op zaterdag 5 februari 1944, de dag van het vertrek, schrijft hij opnieuw. Van die brief bestaan twee lezingen. In de ene liggen ze "in het rayon", in de andere op de ziekenboeg ("Revier"). Het eten is schaars, maar het zal beter worden. Ze hebben nog geen veldpostnummer, en "tot we er een krijgen kan het nog wel 10 dagen duren." Daarna volgt een van de weinige zinnen waarin de oorlog zelf ter sprake komt:
> "Ja moeder, laat het je verder goed gaan — als ook deze oorlog maar eens zijn einde neemt."
Op de adreszijde van een van de twee lezingen staat Feldwebel als rang. Ook dat is onzeker.
---
Op 5 april 1944 (de dagtekening zegt "zaterdag", maar dat klopt niet met de datum) ligt Otto "in rust", in een ruststelling achter het front. Het gaat hem goed, alleen heeft hij last van de kou. Er is weer sprake van eten, van uitblijvende post en van tien dagen wachten. Hele zinnen lijken op die van februari. Waar hij was, zegt de brief niet.
Dan zwijgen de brieven bijna een jaar.
---
Uit maart 1945 zijn nog een paar brieven bewaard, geschreven toen de oorlog op zijn einde liep. Eén daarvan, van 10 maart 1945, heeft als kop misschien "in Urlaub", met verlof dus. Otto vraagt naar de gezondheid van zijn moeder en schrijft dat het met hem "niet altijd zoals het hoort" gaat, "maar alles gaat door". Hij noemt een zondag bij een zus en vraagt of ze hem boeken kan sturen. Hij groet oom en tante en sluit af met:
> "Tot spoedig weerziens."
Volgens de kennisbank zijn er uit dezelfde weken nog twee brieven. In die van 4 maart 1945 groet hij grootmoeder. In die van 10 maart 1945 vraagt hij om een paar schoenen en informeert hij naar de gezondheid van "opa en oma". Ook in het laatste oorlogsvoorjaar blijft de toon dus dezelfde als in december 1942: rustig, bezorgd om thuis, praktisch.
Eén briefje is niet gedateerd. Otto ligt in bed en heeft twee pakketten koffie en "het blauwe geschenk" ontvangen. Hij maakt zich wat zorgen omdat er "van Hermann nog geen post" is: "Wie weet wat daar nu weer aan de hand is." Waar dit briefje in het verhaal hoort, weten we niet.
---
Deze brieven vertellen veel over Otto's karakter en over zijn band met thuis, maar weinig harde feiten. Deze vragen staan nog open:
Wat wel vaststaat, is dit: ruim twee jaar lang, vanuit treinen, kazernes, ziekenboegen en ruststellingen, bleef Otto Dodell "een paar regels" naar huis schrijven. En hij vroeg telkens hetzelfde terug: "Schrijf mij een brief, jouw brieven zijn mij een troost."
Klik op een pin, of blader met «vorige / volgende» hieronder langs de plekken waar de brieven vandaan kwamen — de kaart reist met je mee en de geopende brief rolt eronder in beeld.
▶ Beleef de reis als film een filmische vlucht langs de plekken, met de brieven die opdoemen
De route van Otto Dodell door de oorlog, afgeleid uit de veldpostnummers en poststempels op de brieven.
Wie is wie rond deze brieven — en hoe ze met elkaar verbonden zijn. Klik op een naam of kaartje voor het volledige profiel.
Personen, plaatsen, eenheden en brieven verbonden in een interactieve graaf. Sleep om te verplaatsen — hover of klik op een knoop voor details en verbindingen.
Nog geen foto's toegevoegd — je vader kan ze toevoegen via de uploadpagina.
Beheer wie het archief mag inzien. Gasten mogen alleen lezen.
| Naam | Geldig tot | Toegang | Status | |
|---|---|---|---|---|
| Laden… | ||||
Niets aanvinken = toegang tot het hele archief.
Geef dit wachtwoord eenmalig door — het is daarna niet meer op te vragen:
Stel een verbetering voor. Larry geeft sparring-feedback; pas na jouw bevestiging gaat het naar Bart.
Aandachtspunten die de analysepijplijn heeft gevonden.
Laden…
Staat er iemand op de verkeerde plank, of een brief bij de verkeerde soldaat? Kies wat je wilt verhuizen en waar naartoe. U hoeft niets opnieuw te uploaden — de verhuizing wordt doorgevoerd bij de volgende bijwerking van de site.
Laden…