Gesprek laden…
Veldpost-archief
Feldpost-brieven van Xaver Dodell aan het thuisfront, geschreven aan het oostfront tussen het voorjaar van 1942 en 1943.
19 van 19 brieven ontcijferd
Deze verzameling bestaat uit een stapeltje veldpostkaarten en -brieven. Ze zijn allemaal geschreven door Xaver Dodell, zoon van smidsmeester Anton Dodell uit Pflugdorf, een dorp bij Landsberg am Lech in Oberbayern. Xaver is geboren op 29 augustus 1923. Hij was dus achttien toen hij in het voorjaar van 1942 soldaat werd, en twintig toen hij sneuvelde.
De brieven beslaan anderhalf jaar: van april 1942 tot september 1943. Grote verhalen staan er niet in. Xaver schrijft korte, plichtsgetrouwe berichten naar huis en begint steevast met „Meine Lieben!". Hij bedankt voor elk pakje, vraagt naar het nieuws uit het dorp en eindigt bijna altijd met dezelfde geruststelling: hij is gezond en het gaat hem goed, „wat ik ook van jullie hoop". Hij ondertekent met „Euer Xaver".
Juist doordat de brieven zo gewoon zijn, laten ze goed zien hoe het leven van een jonge soldaat eruitzag en hoe sterk hij aan zijn familie thuis gebonden bleef. Dat was een huishouden met meerdere generaties: vader Anton, moeder (haar naam kennen we niet), de grootouders, onder wie grootmoeder Anna, en waarschijnlijk een broer of zus die Toni heette.
Veel kaarten zijn met potlood geschreven en in de loop der jaren verbleekt. Waar een woord of lezing onzeker is, geven we dat hieronder aan.
---
Het vroegste kaartje is van 16 april 1942. Xaver kwam toen net van de Reichsarbeitsdienst, de verplichte arbeidsdienst die jonge mannen vóór hun militaire dienst doorliepen. Hij schrijft dat hij de dag ervoor „goed in Lenggries aangekomen" is, en: „Het is een heel mooie streek." Er is meteen iets vertrouwds: hij deelt een kamer met twee kameraden uit zijn Arbeitsdienst-tijd (Brief-005).
Het afzendadres laat zien waar hij terechtkwam: de 3e compagnie van Infanterie-Ersatz-Bataillon 217, een opleidings- en vervangingseenheid. Het kaartje is geadresseerd aan „Familie Anton Dodell, Schmiedmeister, in Pflugdorf bei Landsberg am Lech". Dat adres komt in de hele verzameling steeds terug.
Een maand later, op 13 mei 1942, stuurt Xaver een gedrukte bloemenkaart met klaprozen, korenbloemen en margrieten in een vaas. Die is niet voor zijn ouders maar voor zijn grootmoeder: „Mevrouw Anna Dodell, vrouw van de smidsmeester". Hij feliciteert haar met Moederdag en wenst haar „in het bijzonder gezondheid en een lang leven". Hij ondertekent met „Dein Enkel Xaver", jouw kleinzoon (Brief-021).
Een week later, op 20 mei 1942, volgt nog een fotokaart met bloeiende kersentakken, met alleen een korte groet: „Hartelijke groeten stuurt jullie zoon Xaver" (Brief-022).
> Over de datering van deze kaart: het laatste cijfer van het jaartal in het poststempel is onzeker gelezen. Eén transcriptie leest 1944. Dat kan niet kloppen, want Xaver leefde toen niet meer. Het afzendadres (Inf.Ers.Btl. 217, Lenggries) hoort bovendien duidelijk bij het voorjaar van 1942. We gaan daarom uit van 20 mei 1942.
Tussen eind mei en eind juli 1942 zwijgen de brieven. In die weken wordt Xaver naar het oostfront gestuurd. Op 26 juli 1942 schrijft hij zijn eerste brief uit „Rusland". Een precieze plaatsnaam noemt hij niet, en zoiets mocht ook niet. Zijn eenheid is „voorlopig op de standplaats aangekomen" en krijgt verdere opleiding. Het leger bevalt hem „tot nu toe heel goed", en volgens een onzekere lezing had hij het ook goed bij de hoofdfeldwebel.
Het land zelf valt hem tegen: „De streek hier is bepaald niet mooi, het zijn allemaal van die oude hutten en ook de akkers zijn niet bebouwd, en hele slechte [wegen]." Daarna volgt een vraag die heel eigen aan hem is: „Stuur me meteen een tandenborsteltje". In het Duits schrijft hij het Beierse Zahnbürsterl. Verder vraagt hij om een scheerkwast en wat zeep. Hij groet de grootouders en laat ook de slager (vermoedelijk Roß) en een mevrouw groeten, van wie de naam onleesbaar is (Brief-001).
Twee weken later, op 8 augustus 1942, stuurt hij een rustig kaartje. Ze liggen nog op dezelfde plek, het is er „erg heet" en het koren wordt al gemaaid. Over gevechten schrijft hij geen woord (Brief-023). Het veldpostnummer op deze kaart wordt gelezen als 33222 C, maar dat is onzeker. In juli stond er vermoedelijk 38983.
Vanaf oktober gebruikt Xaver een vast veldpostnummer: 25898 D. Op 18 oktober 1942 stuurt hij een geïllustreerde soldatenkaart uit de reeks Soldatenblätter für Feier und Freizeit, uitgegeven door het OKW, met een tekening van Heinz Kießling. Het bericht is kort: „Verder is alles bij het oude." Hij groet uitdrukkelijk vader en moeder (Brief-003).
Half december komt het kerstpakket aan. Op 13 december 1942 bedankt hij ervoor, en volgens één lezing ook voor een pakket „van Hartl", al is die naam onzeker. Hij meldt dat hij „aan Otto ook al geschreven" heeft en stuurt een paar gebruikte Zulassungsmarken terug, omdat de familie die misschien nog kan gebruiken. Ook stuurt hij geld mee, „dan kunnen jullie weer iets kopen, want zelf heb ik hier toch niets [nodig]". Hoeveel het was, is onzeker: de twee lezingen van de vervaagde brief zeggen 15 of 18 mark (Brief-017).
Een week later, op 21 december 1942, schrijft hij iets dat thuis zorgen zal hebben gegeven. Hij heeft alle pakjes ontvangen en ze „ook al opgegeten", maar: „Ik lig op het ogenblik in het lazaret, ik ben maar een beetje ziek, maar het gaat alweer beter." Hij vraagt de post naar 25898 D te blijven sturen en wil weten wat er in Pflugdorf te vertellen is (Brief-002). Wat hem mankeerde, schrijft hij niet.
Op 10 januari 1943 schrijft hij nog een kaart „uit het oosten", met hetzelfde veldpostnummer. De tekstkant is met zo licht potlood geschreven dat er vrijwel niets meer van te lezen is. Op de adreszijde staat wel een groet: „Hartelijke groeten aan de grootouders, tot ziens" (Brief-010).
Vier weken later is alles anders. Op 6 februari 1943 schrijft Xaver uit het Reserve-Lazarett in Zweibrücken, in de Pfalz. Hij is weer in Duitsland, ver van het front, en ligt in afdeling B. III, kamer 61. Hoe hij daar gekomen is en wanneer precies, vertellen de brieven niet.
„Het is hier een heel mooie streek," schrijft hij. Hij vraagt of de familie, „als het kan", wat vleesbonnen en iets te eten wil sturen, want in het lazaret kun je altijd wat extra's gebruiken. Er klinkt ook heimwee door: „Ik heb al zeven weken geen post meer van jullie gehad." Dat is ongeveer sinds half december, de tijd waarin hij ziek werd. Waarschijnlijk is de post hem niet meer gevolgd toen hij van het front naar het achterland werd overgebracht. Onder de brief staat een aparte groet: „Extra groeten aan Vader en Moeder en ook aan Toni." Die laatste naam is overigens onzeker gelezen; een andere lezing is „Dora" (Brief-014).
Op 17 februari 1943 is er eindelijk weer een pakket van thuis. Het gaat goed met zijn gezondheid, schrijft hij, en er staat een hoopvolle zin in: „[Ik kom] binnenkort weer naar huis." (Brief-009). Of dat verlof er ook echt van is gekomen, weten we niet.
Een kaart van 18 maart 1943 heeft een bijzondere adreszijde: een voorgedrukte jaarkalender „KALENDER 1943" met de belangrijke gedenk- en feestdagen van dat jaar. Deze kaart is niet aan de familie gericht maar aan de heer (Anton) Dodell zelf. De boodschap is weer met licht potlood geschreven en grotendeels onleesbaar. Er staat geen plaatsnaam op, maar waarschijnlijk zat Xaver toen nog in Zweibrücken (Brief-012).
Op 6 april 1943, weer op zo'n kalenderkaart, horen we meer over zijn dagelijks leven. Xaver werkt „al ruim 3 weken in de kleermakerij, daar gaat het altijd vrolijk aan toe. Verder is het altijd erg saai." Het weer is slecht. Hij schrijft ook dat hij met Pasen nog in het lazaret is. Pasen viel in 1943 op 25 april, dus waarschijnlijk bedoelt hij dat hij er met Pasen nog zál zijn.
Tussen de regels komt de oorlog ook dichter bij huis. De familie had geschreven dat een zekere Fenneberg (de lezing is onzeker), een naamgenoot die ook Xaver heette, vermist werd. En iemand die thuis bekend was, vermoedelijk Otto (de naam is onzeker gelezen), had in München geholpen met opruimen na een bombardement. Xaver reageert droog: „Dat moet er mooi hebben uitgezien." (Brief-018)
Op 2 mei 1943 schrijft hij een korte brief die afwijkt van de andere. Hij begint niet met „Meine Lieben!" maar met „Liebe Mutter!": dit briefje is alleen voor zijn moeder. Als plaats staat er „O.U." (plaats niet vermeld). Hij bedankt voor een pakje en schrijft dat hij erg moe is. Volgens één lezing komt dat door een inspectie en een mars, mogelijk naar een plaats die als „Neuburg" wordt gelezen. Veel van de tekst is onleesbaar (Brief-015). Een mars past niet goed bij een verblijf in het lazaret. Misschien was hij toen al aan het revalideren, maar met deze lezing is dat niet vast te stellen.
Op 13 mei 1943 wordt in Zweibrücken een tweede Moederdagkaart afgestempeld. Het is een gedrukte wenskaart, ontworpen door Hilla Peyk uit München, met een meisje en een boeket veldbloemen. Ook deze kaart gaat naar grootmoeder Anna, ondertekend met „Dein Enkel Xaver". Hij bedankt haar voor een briefje dat hij van haar had gekregen (Brief-011). Precies een jaar na zijn eerste Moederdagkaart vanuit Lenggries heeft hij haar dus opnieuw niet vergeten.
Juni 1943 is een leeg gat in de verzameling. Op 25 juli 1943 schrijft Xaver vanuit een nieuwe plek. Er zijn twee vrijwel gelijke kaarten van die dag (Brief-016 en Brief-019). Dat kunnen twee kaarten zijn, of twee registraties van dezelfde kaart.
Hij is na „26 uur onderweg" goed aangekomen, had goede aansluitingen en „hoefde niet te staan". Van Augsburg tot Breslau reisde hij zelfs tweede klas. Hij is ingedeeld bij een Genesungskompanie, een compagnie voor herstellende soldaten. Hij was dus nog niet helemaal hersteld. Over de nieuwe garnizoensplaats schrijft hij: „Het is hier een klein stadje zoals Landsberg, maar niet zo mooi als de naam doet vermoeden." Welk stadje dat is, zegt hij niet. Het lag vermoedelijk in Silezië, voorbij Breslau. Het afzendadres is grotendeels onleesbaar. Eén lezing geeft „[?Neustadt] Oost-Pruisen", maar dat is zeer onzeker. Op een van de adreszijden staat mogelijk al „Gefr." voor zijn naam.
Op 31 augustus 1943, twee dagen na zijn twintigste verjaardag, schrijft hij vanuit de infanteriekazerne in Tarnowitz in Opper-Silezië. Hij is nu zeker Gefreiter, ingedeeld bij de stamcompagnie van Grenadier-Ersatz-Bataillon 164, kamer 70. De kaart is kort en zakelijk: ze hoeven voorlopig niets te sturen, want hij gaat mee met een Begleitkommando, een escortedienst (Brief-013).
Op 9 september 1943 volgt de laatste kaart in de verzameling, afgestempeld in Glogau in Neder-Silezië. Het escortecommando had hem „in het Oosten, in Litouwen" gebracht. Nu logeert hij in Glogau bij „een kameraad die ik al van vroeger ken", en uiterlijk zaterdag moet hij terug naar de kazerne. Ze mogen weer iets sturen, „maar vergeet de sigaretten niet". Hij vraagt of het fruit thuis al rijp is en of ze opnieuw Saaturlaub voor hem willen aanvragen, verlof om te helpen bij de oogst of het zaaien.
In deze kaart staat ook een zin die hem precies in de tijd plaatst: „Wat wordt er bij jullie gezegd over de wapenstilstand van Italië?" Die wapenstilstand was de dag ervoor, op 8 september 1943, bekendgemaakt. Hij groet iedereen, „vooral de grootouders", en eindigt zoals altijd: „Tot ziens! Jullie Xaver!" (Brief-020)
Na deze kaart houden de brieven op. Wat er daarna gebeurde, weten we niet uit Xavers eigen woorden, maar uit het oorlogsmonument bij de kerk St. Laurentius in Pflugdorf. Daar staat:
> Gefreiter DODELL Xaver > geboren 29.08.1923 Pflugdorf > gesneuveld 25.11.1943 Pakari, Rusland
Nog geen elf weken na zijn kaart uit Glogau was Xaver terug aan het oostfront en sneuvelde hij daar, twintig jaar oud. Volgens dezelfde bron is zijn stoffelijk overschot vermoedelijk als onbekende soldaat overgebracht naar de Duitse oorlogsbegraafplaats Kiew (Sammelfriedhof).
Het verzoek om zaaiverlof, de vraag of het fruit al rijp was, de sigaretten die hij niet vergeten wilde: het zijn de laatste dingen die we van hem hebben. Het zijn gewone vragen van een jongen die nog steeds met zijn gedachten thuis was, bij de smidse in Pflugdorf.
---
Klik op een pin, of blader met «vorige / volgende» hieronder langs de plekken waar de brieven vandaan kwamen — de kaart reist met je mee en de geopende brief rolt eronder in beeld.
▶ Beleef de reis als film een filmische vlucht langs de plekken, met de brieven die opdoemen
De route van Xaver Dodell door de oorlog, afgeleid uit de veldpostnummers en poststempels op de brieven.
Wie is wie rond deze brieven — en hoe ze met elkaar verbonden zijn. Klik op een naam of kaartje voor het volledige profiel.
Personen, plaatsen, eenheden en brieven verbonden in een interactieve graaf. Sleep om te verplaatsen — hover of klik op een knoop voor details en verbindingen.
Nog geen foto's toegevoegd — je vader kan ze toevoegen via de uploadpagina.
Beheer wie het archief mag inzien. Gasten mogen alleen lezen.
| Naam | Geldig tot | Toegang | Status | |
|---|---|---|---|---|
| Laden… | ||||
Niets aanvinken = toegang tot het hele archief.
Geef dit wachtwoord eenmalig door — het is daarna niet meer op te vragen:
Stel een verbetering voor. Larry geeft sparring-feedback; pas na jouw bevestiging gaat het naar Bart.
Aandachtspunten die de analysepijplijn heeft gevonden.
Laden…
Staat er iemand op de verkeerde plank, of een brief bij de verkeerde soldaat? Kies wat je wilt verhuizen en waar naartoe. U hoeft niets opnieuw te uploaden — de verhuizing wordt doorgevoerd bij de volgende bijwerking van de site.
Laden…